Ga naar inhoud

Vacature plaatsen

Gewogen gemiddelde berekenen met studiepunten

Met deze rekenhulp bereken je je gewogen gemiddelde, met studiepunten, percentages of factoren als weging. Of je rekent uit welk cijfer je nog nodig hebt voor het gemiddelde dat je wilt halen, bijvoorbeeld voor een premaster of cum laude. Of je wordt toegelaten of cum laude afstudeert, hangt af van de officiële regels van de opleiding, niet alleen van je gemiddelde. Daaronder lees je hoe de berekening werkt, en waarom jouw opleiding net anders kan rekenen.

Bereken je gewogen gemiddelde

Vul per onderdeel je cijfer en de weging in. Kies daarna of je je gemiddelde wilt weten, of het cijfer dat je nog nodig hebt. Je cijfers blijven in je browser: we slaan ze niet op en versturen ze niet.

Zo reken je het zelf uit: vermenigvuldig elk cijfer met zijn weging, tel die uitkomsten op en deel de som door de totale weging. Bijvoorbeeld 7 × 5 + 8 × 10 = 115, gedeeld door 15 is 7,67. Het cijfer dat je nog nodig hebt, is het gewenste gemiddelde × de totale weging inclusief het laatste onderdeel, min de som die je al hebt, gedeeld door de weging van het laatste onderdeel.

Zo bereken je een gewogen gemiddelde

Bij een gewogen gemiddelde telt niet elk cijfer even zwaar. Een vak van 15 studiepunten weegt drie keer zo zwaar als een vak van 5. Zo reken je het uit:

  1. Vermenigvuldig elk cijfer met zijn weging.
  2. Tel die uitkomsten bij elkaar op.
  3. Deel de som door de totale weging.
OnderdeelCijferStudiepuntenCijfer × studiepunten
Onderzoeksmethoden6,8534
Projectmanagement7,51075
Stage8,030240
Totaal45349

Je gewogen gemiddelde is 349 ÷ 45 = 7,76. Tel je de drie cijfers gewoon op en deel je door 3, dan kom je op 7,43. Het verschil komt van de stage: met 30 studiepunten trekt die je gemiddelde omhoog.

Studiepunten heten ook EC (European Credits). Werkt je opleiding met percentages, zoals 40 procent voor een tentamen en 60 procent voor een opdracht, dan vul je die percentages in als weging. Dat werkt precies zo, zolang je in alle rijen dezelfde soort weging gebruikt.

Welk cijfer heb je nog nodig?

Wil je weten welk cijfer je voor je laatste onderdeel moet halen? Dan reken je terug vanaf het gemiddelde dat je wilt halen:

Benodigd cijfer = (gewenst gemiddelde × totale weging inclusief het laatste onderdeel − de som van cijfer × weging die je al hebt) ÷ de weging van het laatste onderdeel.

Een voorbeeld. Je hebt 150 studiepunten afgerond met een gewogen gemiddelde van 7,52, en je afstudeeropdracht telt nog 30 studiepunten. Wil je uitkomen op een 7,3, dan heb je (7,3 × 180 − 1.128) ÷ 30 = 6,2 nodig. Voor een 8,0 zou je een 10,4 nodig hebben. Dat kan niet, want het hoogste cijfer is een 10. De rekenhulp zegt dan eerlijk dat het niet haalbaar is, en laat zien waar je met een 10 op uitkomt: 7,93.

Die 7,3 is geen willekeurig getal. De Rotterdam School of Management vraagt een gewogen gemiddelde van 7,3 voor de Nederlandstalige premaster, berekend over de hoofdfase van je hbo-opleiding. Vul in de rekenhulp dus alleen de cijfers in die meetellen voor de eis die je wilt halen. Het gemiddelde is wel maar één eis: bij de minimale toelatingseisen noemt de RSM ook Engels en, als dat voor jou geldt, de GMAT.

Afronden: per vak of alleen je gemiddelde?

Wanneer je opleiding afrondt, kan de uitkomst veranderen. Neem drie vakken van elk 5 studiepunten, met een 8,4, een 8,4 en een 7,35. Onafgerond is je gemiddelde 8,05. Rondt je opleiding eerst elk vakcijfer af op een heel cijfer, dus 8, 8 en 7, dan wordt het 7,67.

De rekenhulp rekent met de cijfers zoals jij ze invult, en rondt alleen de uitkomst af: op twee decimalen, en daarnaast op één decimaal. Een 6,35 wordt dan een 6,4. Vul je cijfers in zoals ze op je cijferlijst staan, en kijk in de onderwijs- en examenregeling (OER) hoe jouw opleiding afrondt.

Elke opleiding rekent net anders

Welke cijfers meetellen en hoe zwaar, bepaalt je opleiding. Drie voorbeelden laten zien hoe groot de verschillen zijn:

Voor cum laude gelden vaak extra voorwaarden, zoals een minimumcijfer voor elk vak of geen herkansingen. Die stelt de examencommissie van je opleiding vast. Zoek dus altijd de regel van jouw opleiding op, en gebruik de rekenhulp om te zien wat je nog nodig hebt. Of je een eis haalt, beslist je opleiding.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een gemiddelde en een gewogen gemiddelde?

Bij een gewoon gemiddelde tellen alle cijfers even zwaar. Bij een gewogen gemiddelde telt elk cijfer mee naar zijn weging, meestal het aantal studiepunten. De rekenhulp laat ze allebei zien.

Telt mijn afstudeeropdracht mee in mijn gemiddelde?

Meestal wel, met zijn studiepunten. Een afstudeeropdracht van 30 EC weegt dan zes keer zo zwaar als een vak van 5 EC. Kijk in je OER welke onderdelen meetellen.

Kan ik een onvoldoende compenseren met een hoger cijfer?

Dat hangt van je opleiding af. Sommige opleidingen staan compensatie toe binnen een blok of module, andere vragen een voldoende voor elk vak. Dat staat in je OER. De rekenhulp rekent alleen je gemiddelde uit; of je slaagt, beslist je opleiding.

Wat bedoelen Nederlandse universiteiten met een GPA?

Meestal het gewogen gemiddelde van je cijfers op de schaal van 1 tot 10, zoals bij de TU Delft. Dat is iets anders dan de Amerikaanse GPA van 0 tot 4. Vraagt een buitenlandse universiteit om een omrekening, gebruik dan hun eigen regel.

Mag ik ook met halve of hele cijfers rekenen?

Ja. Vul je cijfers in zoals ze op je cijferlijst staan, met een komma of een punt. De rekenhulp geeft het benodigde cijfer op één decimaal; geeft je opleiding alleen hele of halve cijfers, rond dat dan naar boven af.

Meer rekenhulpen voor je afstuderen:

Zoek je nog een afstudeeropdracht die bij je opleiding past? Bekijk welke afstudeerstages nu openstaan.

Bronnen, geraadpleegd op 17 en 18 oktober 2026: Universiteit van Amsterdam, cum laude (Engelstalig); Windesheim, Reglement Cum Laude 2021 (pdf). De rekenhulp volgt de wiskundige formule; de regels van je eigen opleiding staan in je onderwijs- en examenregeling.